‘Geef mij maar de wanorde / Ergens achter onderin daar is het nog te vinden / Zichtbaar voor de dromer / Voelbaar voor de mens / Die de orde wantrouwt’.
Frank Boeijen – Fim do mundo
Susan Smit: Misschien heeft Boeijen gelijk en zijn er twee soorten mensen: zij die de chaos vetrouwen en en zij die de orde vertrouwen. Meestal zijn die twee typen mensen niet zo dol op elkaar. Waar het ene soort wil ontwrichten, wil het andere bestendigen. Waar het ene soort wil verlangt naar overzicht en begrip, verlangt het andere transformatie en ervaring. Waar het ene soort wil loswrikken wat vastzit, wil het andere vastmaken wat loszit – en beide zijn ervan overtuigd dat de wereld er daardoor beter op wordt. Hoe suf ik het ook vind klinken, ik behoor tot het slag mensen dat de chaos best op waarde schat, maar zich stiekem beter op z’n gemak voelt bij orde. Voor mij is chaos maar schijnbare chaos: als je goed kijkt en lijnen trekt, kun je Gods hand erin ontdekken. Alles danst, is met elkaar verbonden, en de verbindingen worden zichtbaar in toevalligheden die wonderwel op elkaar aansluiten en alles weer passend maken. Mijn zoeken naar orde in de chaos betekent natuurlijk gewoon dat ik de totale wanorde te bedreigend vind. Chaos – de echte, volledige chaos bedoel ik - is namelijk het grote niets. In de griekse mythologie betekende khaos ‘leegte’ en was het een uitgestrekte en duistere wanorde van waaruit de eerste Griekse goden ontstonden. Ook die zogenaamde orde is overigens maar schijn, want alles wat je dacht dat vaststond is al bezig te veranderen in chaos. En uit die chaos, de verwarring , de ontregeling, het ongerijmde en het onverwachte, groeit opnieuw orde. Een andere orde, die ook weer elk moment uiteen kan vallen.



Laatste reacties